TaxiChauffeursExamen

🚕 Documenten, boordcomputer en taxiwetgeving

Waarover dit onderdeel gaat

Eindterm 1 van de Exameneisen TVT (toetsterm 1.1 voertuigdocumenten, 1.2 persoonlijke documenten, 1.3 boordcomputer taxi en Centrale Database Taxivervoer), toetsterm 2.3 (de wetten van het taxivervoer) en toetsterm 3.1 (soorten taxivervoer). Het oefenexamen volgt het format vanaf 1 oktober 2026: 40 losse vragen, 60 minuten, geslaagd vanaf 32 goed.

Voertuigdocumenten en persoonlijke documenten

In de taxi horen (toetsterm 1.1) het kentekenbewijs, het APK-keuringsrapport, het verzekeringsbewijs, het Europees schadeformulier, het keuringsbewijs van de taxameter, het vergunningbewijs dat Kiwa Register per auto afgeeft en de van buitenaf leesbare tariefkaart. De chauffeur draagt drie documenten bij zich (toetsterm 1.2): rijbewijs B, een geldig identiteitsbewijs en de chauffeurskaart, aangevraagd bij Kiwa Register met VOG, geneeskundige verklaring en bewijs van vakbekwaamheid (examenuitslag één jaar geldig). De kaart geldt vijf jaar en hangt zichtbaar in de auto. Zonder geldig rijbewijs B mag niemand een taxi besturen.

Boordcomputer taxi en Centrale Database Taxivervoer

De BCT registreert ritten, arbeidstijden en rusttijden; de chauffeur meldt zich aan met zijn chauffeurskaart en kiest de juiste stand (rust, pauze, werk, rijden met of zonder passagier). Bij een storing meldt de chauffeur dit aan de vervoerder en houdt hij ritten en tijden handmatig bij: doorrijden zonder registratie is verboden, de dienst afbreken hoeft niet. De CDT vervangt de BCT: de gegevens gaan via een toegelaten toepassing rechtstreeks naar een centrale database van de overheid. Taxibedrijven hebben tot 1 januari 2028 om over te stappen; tot dan tellen beide systemen.

Wetgeving en soorten vervoer

De Wet personenvervoer 2000 definieert taxivervoer (personenvervoer per auto tegen betaling, ook via een platform) en regelt vergunningplicht, tarieven en aanvullende gemeentelijke regels; het Besluit personenvervoer 2000 werkt chauffeurskaart, boordcomputer en tariefkaart uit. De ILT houdt toezicht, Kiwa Register geeft vergunningen en kaarten af, de minister kan een vergunning schorsen of intrekken (ook via de Wet Bibob). Toetsterm 2.3 noemt ook Arbeidstijdenwet, Arbeidstijdenbesluit vervoer, Arbowet en cao Zorgvervoer en Taxi. Toetsterm 3.1 onderscheidt de straattaxi (opstapmarkt) van het contractvervoer met vooraf afgesproken prijzen. Gemeenten als Amsterdam stellen voor de opstapmarkt extra eisen via een Toegelaten Taxi Organisatie (TTO); keurmerken zijn vrijwillig.

Tarieven 2026

De Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer stelt elk jaar de maximumtarieven voor de straattaxi vast. In 2026: personenauto (tot en met 4 passagiers) € 4,31 starttarief, € 3,17 per kilometer en € 0,52 per minuut; taxibus (5 tot 8 passagiers) € 8,77, € 4,00 en € 0,59; wachttarief maximaal € 59,41 per uur, alles inclusief 9 % btw. De maxima gelden niet voor contractvervoer; een vooraf afgesproken vaste ritprijs mag er niet boven liggen. Ritprijs = start + km × kilometertarief + min × minuuttarief.

Zo wordt het gevraagd

Vooral kennisvragen (taxonomie F): welk document bewijst wat, wie geeft het af, hoe lang is het geldig. Toepassingsvragen (taxonomie B) gaan over BCT en CDT: wat doe je bij een storing, welke stand kies je, wat riskeer je op de kaart van een collega. Veelgemaakte fouten: de VOG in de auto willen meenemen (die ligt bij Kiwa), de APK verwarren met de keuring van de taxameter, het maximumtarief toepassen op contractvervoer.

Doe de gratis oefentoets · volledige vragenbank en proefexamens met het maandabonnement

Voorbeeldvragen (35)

1. Welk document bewijst dat de taxi op naam van de vervoerder is geregistreerd en moet tijdens elke rit in de auto aanwezig zijn?

  1. Het keuringsbewijs van de taxameter, afgegeven door een erkende keuringsinstantie
  2. Het kentekenbewijs van het voertuig, in de vorm van de kentekencard van de RDW
  3. Het vergunningbewijs van de vervoerder, afgegeven door Kiwa Register namens de minister
  4. Het Europees schadeformulier, vooraf ingevuld met de gegevens van de verzekeraar

Het kentekenbewijs (de kentekencard) hoort bij het voertuig en moet volgens de Wegenverkeerswet 1994 en het Kentekenreglement tijdens het rijden getoond kunnen worden. Toetsterm 1.1 van de Exameneisen TVT noemt het als eerste voertuigdocument; de andere documenten bewijzen iets anders: de keuring van de meter, de vergunning en de schadeafwikkeling.

2. Wat toont het APK-keuringsrapport in de taxi aan?

  1. Dat de vervoerder voor dit voertuig een vergunningbewijs heeft gekregen
  2. Dat de taxameter door een erkende keurder is geijkt en verzegeld
  3. Dat het voertuig bij de periodieke keuring aan de wettelijke eisen voldeed
  4. Dat de auto verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid in het buitenland

De algemene periodieke keuring (APK) is geregeld in de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling voertuigen: het rapport bewijst dat het voertuig op de keuringsdatum aan de technische eisen voldeed. Voor taxi's geldt een jaarlijkse keuringsplicht. De ijking van de meter, de vergunning en de verzekering worden met andere documenten aangetoond (toetsterm 1.1).

3. Hoe vaak moet een personenauto die als taxi wordt gebruikt naar de APK?

  1. Alleen wanneer de ILT of de politie daar bij een controle om vraagt
  2. Pas na vier jaar en daarna om de twee jaar, net als een gewone personenauto
  3. Om de twee jaar, zolang de kilometerstand onder de 200.000 blijft
  4. Elk jaar, ook in de eerste jaren na de datum van eerste toelating

Voor taxi's geldt volgens de Regeling voertuigen (uitwerking van de Wegenverkeerswet 1994) een jaarlijkse APK-plicht vanaf het eerste jaar, omdat het voertuig intensief en beroepsmatig wordt gebruikt. De ruimere termijnen van 4-2-2-1 jaar gelden voor gewone personenauto's op benzine, niet voor taxi's.

4. Waarvoor dient het Europees schadeformulier dat in elke taxi aanwezig hoort te zijn?

  1. Om bij een controle aan te tonen dat het voertuig verzekerd is volgens de WAM
  2. Om na een aanrijding de gegevens van beide partijen vast te leggen
  3. Om de schuldvraag na een aanrijding ter plaatse bindend vast te stellen
  4. Om een schade aan de eigen taxi bij de leasemaatschappij te declareren

Het Europees schadeformulier is het aanrijdingsformulier waarmee beide bestuurders de toedracht, de schade en hun verzekeringsgegevens noteren; het is bewijs voor de verzekeraars, geen erkenning van schuld. Toetsterm 1.1 van de Exameneisen TVT rekent het tot de verplichte voertuigdocumenten; het verzekeringsbewijs is een apart document.

5. Een taxichauffeur vult na een aanrijding het Europees schadeformulier in. Wat is de juiste handelwijze?

  1. Alleen de bestuurder die schuld heeft vult het formulier in en geeft een kopie mee
  2. Beide bestuurders vullen de voorzijde samen in en ondertekenen die ter plaatse
  3. De chauffeur wacht met invullen tot de verzekeraar de schuldvraag heeft beoordeeld
  4. De chauffeur laat de passagier als getuige het volledige formulier invullen

De voorzijde van het schadeformulier wordt door beide partijen ingevuld en ondertekend, ieder houdt een exemplaar; de handtekening betekent alleen instemming met de beschreven feiten. Volgens artikel 7 Wegenverkeerswet 1994 mag je de plaats van het ongeval bovendien niet verlaten voordat je identiteit en gegevens zijn uitgewisseld.

6. Wat is de functie van de groene kaart (internationaal verzekeringsbewijs) in de taxi?

  1. Aantonen dat de taxi cascoverzekerd is voor schade aan het eigen voertuig
  2. Aantonen dat de WA-verzekering ook in het buitenland dekking geeft
  3. Aantonen dat de passagiers tijdens de rit tegen letselschade zijn verzekerd
  4. Aantonen dat de vervoerder de premie voor het lopende kalenderjaar heeft betaald

De Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) verplicht tot een WA-verzekering; de groene kaart is het internationale bewijs daarvan en wordt bij een rit naar Duitsland of België gevraagd. Toetsterm 1.1 Exameneisen TVT noemt het verzekeringsbewijs uitdrukkelijk. Casco en inzittendenverzekering zijn aanvullende, vrijwillige dekkingen.

7. Welk document bewijst dat de taxameter correct is afgesteld en verzegeld?

  1. De tariefkaart die de chauffeur zichtbaar achter de voorruit heeft geplaatst
  2. Het APK-keuringsrapport waarop de meterstand van de taxameter is genoteerd
  3. Het vergunningbewijs waarop Kiwa Register het meternummer heeft vermeld
  4. Het keuringsbewijs van de taxameter, afgegeven door een erkende keurder

Het Besluit personenvervoer 2000 schrijft voor dat een taxameter gekeurd en verzegeld is; het keuringsbewijs daarvan hoort in de auto en wordt bij een controle door de ILT gevraagd. De APK gaat over de technische staat van de auto, het vergunningbewijs over de vervoerder en de tariefkaart over de prijzen (toetsterm 1.1).

8. Waar moet de tariefkaart (taxi-informatiekaart) in een straattaxi zichtbaar zijn?

  1. Alleen op het dashboard, zodat de chauffeur de tarieven kan raadplegen
  2. Zowel van buiten de auto als voor de passagier binnen in de auto
  3. Alleen in het handschoenenkastje, om ze op verzoek te kunnen tonen
  4. Alleen op de website van de vervoerder, met een QR-code op de achterruit

De Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, uitwerking van de Wet personenvervoer 2000, verplicht de vervoerder de tarieven zowel aan de buitenzijde als aan de binnenzijde van de taxi duidelijk leesbaar bekend te maken, zodat de klant vooraf kan kiezen. Een kaart die alleen op verzoek of online beschikbaar is, voldoet niet.

9. Welke gegevens staan in ieder geval op de tariefkaart van een straattaxi?

  1. Het kenteken, de datum van de laatste APK en de naam van de erkende taxameterkeurder
  2. De naam van de chauffeur, zijn chauffeurskaartnummer en de datum van zijn laatste medische keuring
  3. De tarieven, de naam van de vervoerder en de wijze waarop een klacht kan worden ingediend
  4. De openingstijden van de centrale, het aantal auto's van het bedrijf en de vaste ritprijzen

Volgens de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer vermeldt de tariefkaart de tarieven (start-, kilometer- en minuuttarief), de naam en het adres van de vervoerder en de klachtenregeling. Persoonsgegevens van de chauffeur staan op zijn chauffeurskaart, niet op de tariefkaart (toetsterm 1.1 en 10.1 Exameneisen TVT).

10. Een taxichauffeur rijdt een klant naar een Duitse binnenstad met een Umweltzone. Welk document heeft hij daarvoor extra nodig?

  1. Een verklaring van de RDW dat de auto aan de Euro 6-norm voldoet, in het Duits vertaald
  2. Een Nederlandse milieuvignet, aangevraagd bij de gemeente waar hij staat ingeschreven
  3. Een milieusticker (Umweltplakette) op de voorruit voor de Duitse milieuzone
  4. Een aanvullend vergunningbewijs van Kiwa Register voor grensoverschrijdend vervoer

Duitse Umweltzones eisen een Umweltplakette op de voorruit; de milieusticker staat daarom in toetsterm 1.1 van de Exameneisen TVT bij de voertuigdocumenten. Nederlandse milieuzones werken met kentekenherkenning en kennen geen sticker, en de vergunning van de Wet personenvervoer 2000 verandert niet door een rit over de grens.

11. Bij een controle blijkt dat de taxameter geen geldig keuringsbewijs heeft. Wat is de consequentie?

  1. Alleen de vervoerder krijgt een waarschuwing; de rit mag gewoon worden afgemaakt
  2. De chauffeur mag doorrijden als hij de tarieven met de hand op de bon vermeldt
  3. De taxi mag niet meer op de meter rijden tot de meter opnieuw is gekeurd
  4. De ILT vordert de chauffeurskaart in tot het keuringsbewijs is overgelegd

Het Besluit personenvervoer 2000 eist een gekeurde taxameter voor vervoer op basis van de meter; zonder geldig keuringsbewijs is de meting niet betrouwbaar en mag het vervoer op de meter niet plaatsvinden. De ILT kan de vervoerder beboeten. De chauffeurskaart is aan de persoon gebonden en staat los van de meter (toetsterm 1.1 en 2.8).

12. Welk document hoort niet in de taxi aanwezig te zijn, maar bij de vervoerder op kantoor?

  1. Het vergunningbewijs dat bij dat voertuig is afgegeven
  2. Het kentekenbewijs van de auto waarmee de dienst wordt gereden
  3. Het keuringsbewijs van de taxameter van dat voertuig
  4. De arbeidsovereenkomst van de chauffeur met het taxibedrijf

Toetsterm 1.1 van de Exameneisen TVT noemt als voertuigdocumenten het kentekenbewijs, het APK-rapport, het schadeformulier, het verzekeringsbewijs, het keuringsbewijs van de taxameter, de milieusticker en de tariefkaart; het Besluit personenvervoer 2000 eist bovendien het vergunningbewijs in de auto. De arbeidsovereenkomst is een personeelsdocument.

13. Wat is het vergunningbewijs dat in de taxi aanwezig moet zijn?

  1. De verklaring van de gemeente dat de auto op de standplaats mag staan
  2. Het diploma waarmee de chauffeur zijn vakbekwaamheid heeft aangetoond
  3. Een per auto afgegeven bewijs dat de vervoerder een vergunning heeft
  4. Het bewijs dat de vervoerder is aangesloten bij de Geschillencommissie

Op grond van de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000 geeft Kiwa Register, namens de minister, bij de taxivergunning per auto een vergunningbewijs af dat in het voertuig aanwezig moet zijn. Vakbekwaamheid blijkt uit de chauffeurskaart; standplaatsen en geschillen zijn apart geregeld (toetsterm 1.1 en 2.3).

14. Welke drie persoonlijke documenten moet een taxichauffeur tijdens zijn dienst bij zich hebben?

  1. Chauffeurskaart, de geneeskundige verklaring en de arbeidsovereenkomst
  2. Rijbewijs B, het vergunningbewijs en het diploma van het CBR
  3. Identiteitsbewijs, het uittreksel van de Kamer van Koophandel en de VOG
  4. Rijbewijs B, een geldig identiteitsbewijs en de chauffeurskaart

Toetsterm 1.2 van de Exameneisen TVT noemt precies deze drie: rijbewijs B (artikel 160 Wegenverkeerswet 1994: op eerste vordering tonen), een identiteitsbewijs (Wet op de identificatieplicht) en de chauffeurskaart (Besluit personenvervoer 2000). De VOG en de geneeskundige verklaring zijn bij de aanvraag van de kaart al ingeleverd bij Kiwa Register.

15. Wie geeft de chauffeurskaart taxi af?

  1. Het CBR, divisie CCV, na het behalen van het theorie- en praktijkexamen
  2. Kiwa Register, namens de minister van Infrastructuur en Waterstaat
  3. De gemeente waarin de chauffeur staat ingeschreven, via de Toegelaten Taxi Organisatie
  4. De Inspectie Leefomgeving en Transport, na een controle van de VOG

De chauffeurskaart wordt op grond van het Besluit personenvervoer 2000 afgegeven door Kiwa Register, dat deze taak in mandaat van de minister uitvoert. Het CBR (divisie CCV) neemt alleen de examens af en geeft het diploma; de ILT houdt toezicht en de gemeente heeft geen rol bij de kaart (toetsterm 1.2 Exameneisen TVT).

16. Welke stukken moet een aanvrager overleggen om een chauffeurskaart taxi te krijgen?

  1. Een bewijs van drie jaar rijervaring, een pasfoto en een verklaring van de rijschool
  2. Een uittreksel uit het handelsregister, een bankgarantie en een bewijs van kredietwaardigheid
  3. Een verklaring van de werkgever, een loonstrook en een kopie van de arbeidsovereenkomst
  4. Een VOG, een geneeskundige verklaring en het bewijs van vakbekwaamheid (chauffeursdiploma)

Het Besluit personenvervoer 2000 stelt voor de chauffeurskaart drie eisen: een Verklaring Omtrent het Gedrag, een geneeskundige verklaring en het bewijs van vakbekwaamheid, het chauffeursdiploma taxi van het CBR (TVT en TVP). Kredietwaardigheid en bankgaranties horen bij de ondernemersvergunning, niet bij de chauffeur (toetsterm 1.2).

17. Hoe lang is de chauffeurskaart taxi geldig?

  1. Onbepaalde tijd, zolang de chauffeur bij hetzelfde bedrijf werkt
  2. Tien jaar, gelijk aan de geldigheidsduur van het rijbewijs B
  3. Eén jaar, dezelfde termijn als de uitslag van het theorie-examen
  4. Vijf jaar, daarna moet de chauffeur een nieuwe kaart aanvragen bij Kiwa Register

Volgens het Besluit personenvervoer 2000 is de chauffeurskaart vijf jaar geldig; bij verlenging vraagt Kiwa Register opnieuw een VOG en een geneeskundige verklaring. Het rijbewijs B geldt tien jaar (Reglement rijbewijzen) en de uitslag van het theorie-examen TVT is één jaar geldig — drie verschillende termijnen die het examen graag door elkaar laat lopen.

18. Waar moet de chauffeurskaart tijdens het taxivervoer zijn?

  1. Veilig opgeborgen in de portemonnee van de chauffeur
  2. Duidelijk zichtbaar voor de passagier in de auto aanwezig
  3. Bij de vervoerder op kantoor, met een kopie in de auto
  4. In de boordcomputer gestoken en verder uit het zicht

Het Besluit personenvervoer 2000 bepaalt dat de chauffeurskaart tijdens het vervoer op een voor de passagier duidelijk zichtbare plaats in de auto aanwezig is; zo kan de klant zien wie hem vervoert. De kaart wordt ook gebruikt om in te loggen op de boordcomputer, maar dat ontslaat de chauffeur niet van de zichtbaarheidsplicht (toetsterm 1.2 en 1.3).

19. Een taxichauffeur wordt door een BOA van de gemeente aangehouden en gevraagd naar zijn identiteitsbewijs. Wat geldt?

  1. Hij kan volstaan met het mondeling noemen van zijn naam en geboortedatum
  2. Hij hoeft alleen zijn chauffeurskaart te tonen; die vervangt het identiteitsbewijs
  3. Hij mag weigeren zolang hij geen verkeersovertreding heeft begaan
  4. Hij moet zich op eerste vordering identificeren met een geldig identiteitsbewijs

De Wet op de identificatieplicht verplicht iedereen vanaf 14 jaar om op eerste vordering van een opsporingsambtenaar (politie of BOA) een geldig identiteitsbewijs te tonen; artikel 160 Wegenverkeerswet 1994 verplicht de bestuurder bovendien rijbewijs en kentekenbewijs te tonen. De chauffeurskaart is geen wettelijk identiteitsdocument (toetsterm 1.2).

20. Mag een taxichauffeur zijn Nederlandse rijbewijs gebruiken als identiteitsbewijs bij een controle in Nederland?

  1. Alleen als de chauffeur ook zijn chauffeurskaart erbij laat zien
  2. Nee, alleen een paspoort of een identiteitskaart wordt geaccepteerd
  3. Ja, het Nederlandse rijbewijs is in Nederland een geldig identiteitsbewijs
  4. Alleen als de controle door de politie en niet door een BOA wordt gedaan

De Wet op de identificatieplicht noemt het rijbewijs als geldig identiteitsdocument voor de identificatieplicht binnen Nederland. Voor de aanvraag van een chauffeurskaart bij Kiwa Register en voor reizen naar het buitenland is wel een paspoort of identiteitskaart nodig, maar bij een verkeerscontrole volstaat het rijbewijs (toetsterm 1.2 Exameneisen TVT).

21. Een chauffeur is in de vijf jaar geldigheid van zijn chauffeurskaart veroordeeld voor een geweldsdelict. Wat kan er gebeuren?

  1. Alleen de werkgever kan de kaart intrekken, omdat hij verantwoordelijk is voor de chauffeur
  2. Er gebeurt niets tot de kaart verloopt; pas bij de verlenging wordt een nieuwe VOG gevraagd
  3. Door de continue screening kan Justis melden dat hij niet meer aan de VOG-eis voldoet
  4. Het CBR kan het chauffeursdiploma ongeldig verklaren, waardoor hij de examens opnieuw moet doen

Taxichauffeurs vallen onder de continue screening: Justis toetst doorlopend of de kaarthouder nog aan de eisen voor de VOG voldoet en meldt een relevant strafbaar feit aan Kiwa Register, dat de chauffeurskaart op grond van het Besluit personenvervoer 2000 kan intrekken. Het diploma van het CBR blijft staan; het gaat om de betrouwbaarheid, niet om de vakbekwaamheid.

22. Waarom vraagt Kiwa Register bij de aanvraag van de chauffeurskaart een geneeskundige verklaring?

  1. Om te bepalen of de chauffeur nachtdiensten mag draaien volgens de Arbeidstijdenwet
  2. Om te controleren of de chauffeur is ingeënt tegen ziekten die hij van passagiers kan oplopen
  3. Om de premie van de inzittendenverzekering van de vervoerder te kunnen vaststellen
  4. Om vast te stellen dat hij medisch geschikt is om beroepsmatig passagiers te vervoeren

Het Besluit personenvervoer 2000 eist een geneeskundige verklaring van een arts omdat de taxichauffeur passagiers vervoert en dus medisch geschikt moet zijn voor het besturen van een auto en voor het beroep; bij verlenging na vijf jaar wordt de verklaring opnieuw gevraagd. De verklaring heeft niets te maken met vaccinaties, premies of nachtarbeid (toetsterm 1.2).

23. Wat gebeurt er met de chauffeurskaart als het rijbewijs B van de chauffeur ongeldig wordt verklaard?

  1. De chauffeurskaart blijft geldig; alleen het rijbewijs telt voor de politie
  2. Hij mag geen taxi meer besturen: een geldig rijbewijs B is een voorwaarde
  3. De chauffeur mag alleen nog contractvervoer rijden, geen straattaxi
  4. De kaart wordt automatisch voor een jaar geschorst door het CBR

Een geldig rijbewijs B is volgens het Besluit personenvervoer 2000 en het Reglement rijbewijzen de basisvoorwaarde voor het besturen van een taxi; zonder rijbewijs is elk taxivervoer, straattaxi of contractvervoer, verboden (artikel 107 Wegenverkeerswet 1994). Het CBR schorst geen chauffeurskaarten; dat is een bevoegdheid van Kiwa Register (toetsterm 1.2).

24. Welke instantie neemt het theorie-examen en het praktijkexamen taxi af waarmee de vakbekwaamheid wordt aangetoond?

  1. Het Sociaal Fonds Mobiliteit, in opdracht van de cao-partijen
  2. Kiwa Register, als onderdeel van de aanvraag van de chauffeurskaart
  3. De Inspectie Leefomgeving en Transport, tijdens een praktijkcontrole op straat
  4. Het CBR, divisie CCV, met het theorie-examen TVT en het praktijkexamen TVP

De vakbekwaamheid voor de chauffeurskaart wordt aangetoond met het chauffeursdiploma taxi; de examens TVT (theorie) en TVP (praktijk) worden afgenomen door het CBR, divisie CCV, op basis van de Exameneisen. Kiwa Register geeft daarna de kaart af, de ILT controleert en het SFM houdt toezicht op de cao (toetsterm 1.2 en 2.6).

25. Hoe lang blijft de uitslag van het theorie-examen taxi (TVT) geldig?

  1. Vijf jaar, net zo lang als de chauffeurskaart die erop volgt
  2. Eén jaar; binnen die termijn moet het praktijkexamen TVP zijn behaald
  3. Zes maanden, daarna moet het theorie-examen opnieuw worden gedaan
  4. Onbeperkt, zolang de kandidaat nog geen chauffeurskaart heeft

Volgens de Exameneisen TVT van het CBR is de uitslag van het theorie-examen één jaar geldig: wie niet binnen dat jaar slaagt voor het praktijkexamen TVP, moet het theorie-examen opnieuw afleggen. De chauffeurskaart zelf is vervolgens vijf jaar geldig volgens het Besluit personenvervoer 2000.

26. Een chauffeur verliest zijn chauffeurskaart tijdens een dienst. Wat is de juiste handelwijze?

  1. Hij rijdt de dienst af op een kopie van de kaart en regelt het verlies de volgende werkdag
  2. Hij staakt het vervoer, meldt het bij de vervoerder en vraagt bij Kiwa een nieuwe kaart aan
  3. Hij logt met de kaart van een collega in op de boordcomputer en rijdt de dienst gewoon uit
  4. Hij meldt het verlies bij het CBR en ontvangt daar dezelfde dag een tijdelijk diploma

Zonder chauffeurskaart mag volgens het Besluit personenvervoer 2000 geen taxivervoer worden verricht; de kaart moet zichtbaar aanwezig zijn en is bovendien de persoonlijke sleutel voor de boordcomputer. Rijden met de kaart van een collega is fraude met de BCT (toetsterm 1.3). Een vervangende kaart vraag je aan bij Kiwa Register, niet bij het CBR.

27. Wat controleert de politie bij een staandehouding op grond van artikel 160 Wegenverkeerswet 1994 in ieder geval?

  1. De ritbonnen van de afgelopen week en de kasstaat van de vervoerder
  2. De arbeidsovereenkomst en de loonstrook van de chauffeur van die maand
  3. Het rijbewijs en het kentekenbewijs, die op eerste vordering getoond moeten worden
  4. De polis van de cascoverzekering en de factuur van de laatste onderhoudsbeurt

Artikel 160 Wegenverkeerswet 1994 verplicht de bestuurder op eerste vordering van een opsporingsambtenaar te stoppen en het rijbewijs en het kentekenbewijs te tonen; bij een taxi komen daar de chauffeurskaart en de gegevens van de boordcomputer bij (Besluit personenvervoer 2000). Loonstroken en cascopolissen vallen buiten de verkeerscontrole (toetsterm 1.1, 2.1).

28. Een vervoerder biedt alleen contractvervoer aan tegen vooraf afgesproken prijzen. Moet er dan een tariefkaart met de maximumtarieven in de auto hangen?

  1. Nee, tenzij de gemeente een Toegelaten Taxi Organisatie heeft ingesteld
  2. Ja, elke taxi moet de landelijke maximumtarieven zichtbaar maken, ongeacht het soort vervoer
  3. Ja, maar alleen aan de buitenzijde van de auto, omdat de passagier de prijs al kent
  4. Nee, de maximumtarieven en de tariefkaart gelden alleen voor de straattaxi op de meter

De Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer geldt niet voor contractvervoer en niet voor ritten met een vooraf overeengekomen vaste prijs; de tariefkaart hoort bij vervoer op de meter (toetsterm 1.1 en 3.1 Exameneisen TVT). Zodra dezelfde auto ook als straattaxi rijdt, moeten de tarieven wel zichtbaar zijn.

29. Welk voertuigdocument moet een taxichauffeur na een aanrijding met een buitenlandse auto zeker gebruiken?

  1. Het vergunningbewijs, om te bewijzen dat de rit een taxirit was
  2. De tariefkaart, om de gederfde omzet van de rest van de dienst te berekenen
  3. Het APK-rapport, om aan te tonen dat de remmen in orde waren
  4. Het Europees schadeformulier, dat in alle Europese talen dezelfde indeling heeft

Het Europees schadeformulier is juist ontworpen zodat bestuurders uit verschillende landen dezelfde rubrieken invullen; ieder gebruikt zijn eigen taalversie en de vakjes komen overeen. Toetsterm 1.1 van de Exameneisen TVT noemt het bij de verplichte voertuigdocumenten; artikel 7 Wegenverkeerswet 1994 verplicht tot het uitwisselen van gegevens.

30. Een kandidaat is geslaagd voor het TVT maar zakt drie keer voor het praktijkexamen TVP. Veertien maanden na het theorie-examen wil hij het opnieuw proberen. Wat geldt?

  1. De theorie-uitslag is verlopen; hij moet eerst opnieuw slagen voor het theorie-examen TVT
  2. Hij mag het praktijkexamen doen, want de theorie blijft geldig tot hij een chauffeurskaart heeft
  3. Hij mag het praktijkexamen doen als hij een verklaring van zijn opleider overlegt
  4. Hij moet eerst een nieuwe VOG aanvragen voordat hij het praktijkexamen mag doen

Volgens de Exameneisen TVT van het CBR is de uitslag van het theorie-examen één jaar geldig; na veertien maanden is die verlopen en moet de kandidaat de theorie opnieuw halen voordat het TVP telt. De VOG hoort niet bij het examen maar bij de aanvraag van de chauffeurskaart bij Kiwa Register (Besluit personenvervoer 2000).

31. Wat is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) in het kader van de chauffeurskaart?

  1. Een verklaring van de gemeente dat de chauffeur op het opgegeven adres staat ingeschreven
  2. Een verklaring van de werkgever dat de chauffeur zich de afgelopen jaren correct heeft gedragen
  3. Een verklaring van de huisarts dat de chauffeur geen medicijnen gebruikt die de rijvaardigheid beïnvloeden
  4. Een verklaring van Justis dat zijn justitiële verleden geen bezwaar is voor het beroep

De VOG wordt afgegeven door Justis (ministerie van Justitie en Veiligheid) na screening van het justitiële verleden tegen het profiel van taxichauffeur; het Besluit personenvervoer 2000 maakt haar tot voorwaarde voor de chauffeurskaart. Medische geschiktheid blijkt uit de geneeskundige verklaring, een ander document (toetsterm 1.2 Exameneisen TVT).

32. Een vervoerder wil een nieuwe medewerker als taxichauffeur inzetten die alleen een rijbewijs B en een VOG heeft. Mag dat?

  1. Nee, tenzij hij onder begeleiding van een ervaren collega met een geldige chauffeurskaart rijdt
  2. Ja, mits de vervoerder de aanvraag van de chauffeurskaart binnen een maand bij Kiwa Register indient
  3. Ja, voor contractvervoer voor scholen en zorginstellingen is een chauffeurskaart niet nodig
  4. Nee, zonder chauffeurskaart, dus zonder diploma en geneeskundige verklaring, mag hij niet rijden

Het Besluit personenvervoer 2000 verbiedt de vervoerder taxivervoer te laten verrichten door een bestuurder zonder geldige chauffeurskaart; daarvoor zijn naast de VOG ook de geneeskundige verklaring en het chauffeursdiploma van het CBR nodig. Er bestaat geen proefperiode of begeleidingsregeling, ook niet voor contractvervoer (toetsterm 1.2 en 2.8).

33. Wat is het doel van de verzekeringskaart of het verzekeringsbewijs in de taxi?

  1. Aantonen dat de premie voor het lopende jaar volledig is betaald
  2. Aantonen dat de chauffeur tegen arbeidsongeschiktheid is verzekerd
  3. Aantonen dat de bagage van de passagiers tegen diefstal is verzekerd
  4. Aantonen dat het motorrijtuig verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid

De Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) verplicht elke houder van een motorrijtuig tot een verzekering voor schade aan derden; het verzekeringsbewijs (in het buitenland de groene kaart) toont die dekking aan. De verzekering van de chauffeur zelf en van bagage is geen wettelijk vereiste (toetsterm 1.1 Exameneisen TVT).

34. Het APK-rapport van de taxi is gisteren verlopen; de vervoerder heeft de keuring pas over een week gepland. Wat geldt voor de chauffeur?

  1. Hij mag er nog een week mee rijden, omdat de RDW een coulancetermijn van dertig dagen hanteert
  2. Hij mag er niet mee rijden; rijden zonder geldige APK is een overtreding
  3. Hij mag er alleen mee rijden als hij geen passagiers vervoert en de meter uit staat
  4. Hij mag er mee rijden zolang de vervoerder de afspraak bij het keuringsstation kan aantonen

De Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling voertuigen verbieden het rijden met een voertuig waarvan de APK is verlopen; de RDW kent geen coulancetermijn, alleen de rit naar het keuringsstation op de dag van de afspraak is toegestaan. Bij een taxi weegt dit extra, omdat de vervoerder passagiers in een niet-gekeurd voertuig laat rijden (toetsterm 1.1 en 2.8).

35. Wat is de rol van het chauffeursdiploma taxi in de aanvraag van de chauffeurskaart?

  1. Het vervangt de VOG, omdat het CBR de kandidaat al op betrouwbaarheid heeft getoetst
  2. Het is het bewijs van vakbekwaamheid dat het Besluit personenvervoer 2000 voor de kaart eist
  3. Het geeft direct recht op het rijden van straattaxi, ook zonder chauffeurskaart
  4. Het is alleen nodig voor chauffeurs die in een gemeente met een TTO willen werken

Het Besluit personenvervoer 2000 noemt drie eisen voor de chauffeurskaart: betrouwbaarheid (VOG), geschiktheid (geneeskundige verklaring) en vakbekwaamheid; die laatste wordt aangetoond met het chauffeursdiploma taxi van het CBR (TVT en TVP). Het diploma vervangt niets en geeft op zichzelf geen recht om te rijden (toetsterm 1.2 Exameneisen TVT).

Gratis beginnen