Eindterm 1 van de Exameneisen TVT (toetsterm 1.1 voertuigdocumenten, 1.2 persoonlijke documenten, 1.3 boordcomputer taxi en Centrale Database Taxivervoer), toetsterm 2.3 (de wetten van het taxivervoer) en toetsterm 3.1 (soorten taxivervoer). Het oefenexamen volgt het format vanaf 1 oktober 2026: 40 losse vragen, 60 minuten, geslaagd vanaf 32 goed.
In de taxi horen (toetsterm 1.1) het kentekenbewijs, het APK-keuringsrapport, het verzekeringsbewijs, het Europees schadeformulier, het keuringsbewijs van de taxameter, het vergunningbewijs dat Kiwa Register per auto afgeeft en de van buitenaf leesbare tariefkaart. De chauffeur draagt drie documenten bij zich (toetsterm 1.2): rijbewijs B, een geldig identiteitsbewijs en de chauffeurskaart, aangevraagd bij Kiwa Register met VOG, geneeskundige verklaring en bewijs van vakbekwaamheid (examenuitslag één jaar geldig). De kaart geldt vijf jaar en hangt zichtbaar in de auto. Zonder geldig rijbewijs B mag niemand een taxi besturen.
De BCT registreert ritten, arbeidstijden en rusttijden; de chauffeur meldt zich aan met zijn chauffeurskaart en kiest de juiste stand (rust, pauze, werk, rijden met of zonder passagier). Bij een storing meldt de chauffeur dit aan de vervoerder en houdt hij ritten en tijden handmatig bij: doorrijden zonder registratie is verboden, de dienst afbreken hoeft niet. De CDT vervangt de BCT: de gegevens gaan via een toegelaten toepassing rechtstreeks naar een centrale database van de overheid. Taxibedrijven hebben tot 1 januari 2028 om over te stappen; tot dan tellen beide systemen.
De Wet personenvervoer 2000 definieert taxivervoer (personenvervoer per auto tegen betaling, ook via een platform) en regelt vergunningplicht, tarieven en aanvullende gemeentelijke regels; het Besluit personenvervoer 2000 werkt chauffeurskaart, boordcomputer en tariefkaart uit. De ILT houdt toezicht, Kiwa Register geeft vergunningen en kaarten af, de minister kan een vergunning schorsen of intrekken (ook via de Wet Bibob). Toetsterm 2.3 noemt ook Arbeidstijdenwet, Arbeidstijdenbesluit vervoer, Arbowet en cao Zorgvervoer en Taxi. Toetsterm 3.1 onderscheidt de straattaxi (opstapmarkt) van het contractvervoer met vooraf afgesproken prijzen. Gemeenten als Amsterdam stellen voor de opstapmarkt extra eisen via een Toegelaten Taxi Organisatie (TTO); keurmerken zijn vrijwillig.
De Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer stelt elk jaar de maximumtarieven voor de straattaxi vast. In 2026: personenauto (tot en met 4 passagiers) € 4,31 starttarief, € 3,17 per kilometer en € 0,52 per minuut; taxibus (5 tot 8 passagiers) € 8,77, € 4,00 en € 0,59; wachttarief maximaal € 59,41 per uur, alles inclusief 9 % btw. De maxima gelden niet voor contractvervoer; een vooraf afgesproken vaste ritprijs mag er niet boven liggen. Ritprijs = start + km × kilometertarief + min × minuuttarief.
Vooral kennisvragen (taxonomie F): welk document bewijst wat, wie geeft het af, hoe lang is het geldig. Toepassingsvragen (taxonomie B) gaan over BCT en CDT: wat doe je bij een storing, welke stand kies je, wat riskeer je op de kaart van een collega. Veelgemaakte fouten: de VOG in de auto willen meenemen (die ligt bij Kiwa), de APK verwarren met de keuring van de taxameter, het maximumtarief toepassen op contractvervoer.
1. Welk document bewijst dat de taxi op naam van de vervoerder is geregistreerd en moet tijdens elke rit in de auto aanwezig zijn?
Het kentekenbewijs (de kentekencard) hoort bij het voertuig en moet volgens de Wegenverkeerswet 1994 en het Kentekenreglement tijdens het rijden getoond kunnen worden. Toetsterm 1.1 van de Exameneisen TVT noemt het als eerste voertuigdocument; de andere documenten bewijzen iets anders: de keuring van de meter, de vergunning en de schadeafwikkeling.
2. Wat toont het APK-keuringsrapport in de taxi aan?
De algemene periodieke keuring (APK) is geregeld in de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling voertuigen: het rapport bewijst dat het voertuig op de keuringsdatum aan de technische eisen voldeed. Voor taxi's geldt een jaarlijkse keuringsplicht. De ijking van de meter, de vergunning en de verzekering worden met andere documenten aangetoond (toetsterm 1.1).
3. Hoe vaak moet een personenauto die als taxi wordt gebruikt naar de APK?
Voor taxi's geldt volgens de Regeling voertuigen (uitwerking van de Wegenverkeerswet 1994) een jaarlijkse APK-plicht vanaf het eerste jaar, omdat het voertuig intensief en beroepsmatig wordt gebruikt. De ruimere termijnen van 4-2-2-1 jaar gelden voor gewone personenauto's op benzine, niet voor taxi's.
4. Waarvoor dient het Europees schadeformulier dat in elke taxi aanwezig hoort te zijn?
Het Europees schadeformulier is het aanrijdingsformulier waarmee beide bestuurders de toedracht, de schade en hun verzekeringsgegevens noteren; het is bewijs voor de verzekeraars, geen erkenning van schuld. Toetsterm 1.1 van de Exameneisen TVT rekent het tot de verplichte voertuigdocumenten; het verzekeringsbewijs is een apart document.
5. Een taxichauffeur vult na een aanrijding het Europees schadeformulier in. Wat is de juiste handelwijze?
De voorzijde van het schadeformulier wordt door beide partijen ingevuld en ondertekend, ieder houdt een exemplaar; de handtekening betekent alleen instemming met de beschreven feiten. Volgens artikel 7 Wegenverkeerswet 1994 mag je de plaats van het ongeval bovendien niet verlaten voordat je identiteit en gegevens zijn uitgewisseld.
6. Wat is de functie van de groene kaart (internationaal verzekeringsbewijs) in de taxi?
De Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) verplicht tot een WA-verzekering; de groene kaart is het internationale bewijs daarvan en wordt bij een rit naar Duitsland of België gevraagd. Toetsterm 1.1 Exameneisen TVT noemt het verzekeringsbewijs uitdrukkelijk. Casco en inzittendenverzekering zijn aanvullende, vrijwillige dekkingen.
7. Welk document bewijst dat de taxameter correct is afgesteld en verzegeld?
Het Besluit personenvervoer 2000 schrijft voor dat een taxameter gekeurd en verzegeld is; het keuringsbewijs daarvan hoort in de auto en wordt bij een controle door de ILT gevraagd. De APK gaat over de technische staat van de auto, het vergunningbewijs over de vervoerder en de tariefkaart over de prijzen (toetsterm 1.1).
8. Waar moet de tariefkaart (taxi-informatiekaart) in een straattaxi zichtbaar zijn?
De Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, uitwerking van de Wet personenvervoer 2000, verplicht de vervoerder de tarieven zowel aan de buitenzijde als aan de binnenzijde van de taxi duidelijk leesbaar bekend te maken, zodat de klant vooraf kan kiezen. Een kaart die alleen op verzoek of online beschikbaar is, voldoet niet.
9. Welke gegevens staan in ieder geval op de tariefkaart van een straattaxi?
Volgens de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer vermeldt de tariefkaart de tarieven (start-, kilometer- en minuuttarief), de naam en het adres van de vervoerder en de klachtenregeling. Persoonsgegevens van de chauffeur staan op zijn chauffeurskaart, niet op de tariefkaart (toetsterm 1.1 en 10.1 Exameneisen TVT).
10. Een taxichauffeur rijdt een klant naar een Duitse binnenstad met een Umweltzone. Welk document heeft hij daarvoor extra nodig?
Duitse Umweltzones eisen een Umweltplakette op de voorruit; de milieusticker staat daarom in toetsterm 1.1 van de Exameneisen TVT bij de voertuigdocumenten. Nederlandse milieuzones werken met kentekenherkenning en kennen geen sticker, en de vergunning van de Wet personenvervoer 2000 verandert niet door een rit over de grens.
11. Bij een controle blijkt dat de taxameter geen geldig keuringsbewijs heeft. Wat is de consequentie?
Het Besluit personenvervoer 2000 eist een gekeurde taxameter voor vervoer op basis van de meter; zonder geldig keuringsbewijs is de meting niet betrouwbaar en mag het vervoer op de meter niet plaatsvinden. De ILT kan de vervoerder beboeten. De chauffeurskaart is aan de persoon gebonden en staat los van de meter (toetsterm 1.1 en 2.8).
12. Welk document hoort niet in de taxi aanwezig te zijn, maar bij de vervoerder op kantoor?
Toetsterm 1.1 van de Exameneisen TVT noemt als voertuigdocumenten het kentekenbewijs, het APK-rapport, het schadeformulier, het verzekeringsbewijs, het keuringsbewijs van de taxameter, de milieusticker en de tariefkaart; het Besluit personenvervoer 2000 eist bovendien het vergunningbewijs in de auto. De arbeidsovereenkomst is een personeelsdocument.
13. Wat is het vergunningbewijs dat in de taxi aanwezig moet zijn?
Op grond van de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000 geeft Kiwa Register, namens de minister, bij de taxivergunning per auto een vergunningbewijs af dat in het voertuig aanwezig moet zijn. Vakbekwaamheid blijkt uit de chauffeurskaart; standplaatsen en geschillen zijn apart geregeld (toetsterm 1.1 en 2.3).
14. Welke drie persoonlijke documenten moet een taxichauffeur tijdens zijn dienst bij zich hebben?
Toetsterm 1.2 van de Exameneisen TVT noemt precies deze drie: rijbewijs B (artikel 160 Wegenverkeerswet 1994: op eerste vordering tonen), een identiteitsbewijs (Wet op de identificatieplicht) en de chauffeurskaart (Besluit personenvervoer 2000). De VOG en de geneeskundige verklaring zijn bij de aanvraag van de kaart al ingeleverd bij Kiwa Register.
15. Wie geeft de chauffeurskaart taxi af?
De chauffeurskaart wordt op grond van het Besluit personenvervoer 2000 afgegeven door Kiwa Register, dat deze taak in mandaat van de minister uitvoert. Het CBR (divisie CCV) neemt alleen de examens af en geeft het diploma; de ILT houdt toezicht en de gemeente heeft geen rol bij de kaart (toetsterm 1.2 Exameneisen TVT).
16. Welke stukken moet een aanvrager overleggen om een chauffeurskaart taxi te krijgen?
Het Besluit personenvervoer 2000 stelt voor de chauffeurskaart drie eisen: een Verklaring Omtrent het Gedrag, een geneeskundige verklaring en het bewijs van vakbekwaamheid, het chauffeursdiploma taxi van het CBR (TVT en TVP). Kredietwaardigheid en bankgaranties horen bij de ondernemersvergunning, niet bij de chauffeur (toetsterm 1.2).
17. Hoe lang is de chauffeurskaart taxi geldig?
Volgens het Besluit personenvervoer 2000 is de chauffeurskaart vijf jaar geldig; bij verlenging vraagt Kiwa Register opnieuw een VOG en een geneeskundige verklaring. Het rijbewijs B geldt tien jaar (Reglement rijbewijzen) en de uitslag van het theorie-examen TVT is één jaar geldig — drie verschillende termijnen die het examen graag door elkaar laat lopen.
18. Waar moet de chauffeurskaart tijdens het taxivervoer zijn?
Het Besluit personenvervoer 2000 bepaalt dat de chauffeurskaart tijdens het vervoer op een voor de passagier duidelijk zichtbare plaats in de auto aanwezig is; zo kan de klant zien wie hem vervoert. De kaart wordt ook gebruikt om in te loggen op de boordcomputer, maar dat ontslaat de chauffeur niet van de zichtbaarheidsplicht (toetsterm 1.2 en 1.3).
19. Een taxichauffeur wordt door een BOA van de gemeente aangehouden en gevraagd naar zijn identiteitsbewijs. Wat geldt?
De Wet op de identificatieplicht verplicht iedereen vanaf 14 jaar om op eerste vordering van een opsporingsambtenaar (politie of BOA) een geldig identiteitsbewijs te tonen; artikel 160 Wegenverkeerswet 1994 verplicht de bestuurder bovendien rijbewijs en kentekenbewijs te tonen. De chauffeurskaart is geen wettelijk identiteitsdocument (toetsterm 1.2).
20. Mag een taxichauffeur zijn Nederlandse rijbewijs gebruiken als identiteitsbewijs bij een controle in Nederland?
De Wet op de identificatieplicht noemt het rijbewijs als geldig identiteitsdocument voor de identificatieplicht binnen Nederland. Voor de aanvraag van een chauffeurskaart bij Kiwa Register en voor reizen naar het buitenland is wel een paspoort of identiteitskaart nodig, maar bij een verkeerscontrole volstaat het rijbewijs (toetsterm 1.2 Exameneisen TVT).
21. Een chauffeur is in de vijf jaar geldigheid van zijn chauffeurskaart veroordeeld voor een geweldsdelict. Wat kan er gebeuren?
Taxichauffeurs vallen onder de continue screening: Justis toetst doorlopend of de kaarthouder nog aan de eisen voor de VOG voldoet en meldt een relevant strafbaar feit aan Kiwa Register, dat de chauffeurskaart op grond van het Besluit personenvervoer 2000 kan intrekken. Het diploma van het CBR blijft staan; het gaat om de betrouwbaarheid, niet om de vakbekwaamheid.
22. Waarom vraagt Kiwa Register bij de aanvraag van de chauffeurskaart een geneeskundige verklaring?
Het Besluit personenvervoer 2000 eist een geneeskundige verklaring van een arts omdat de taxichauffeur passagiers vervoert en dus medisch geschikt moet zijn voor het besturen van een auto en voor het beroep; bij verlenging na vijf jaar wordt de verklaring opnieuw gevraagd. De verklaring heeft niets te maken met vaccinaties, premies of nachtarbeid (toetsterm 1.2).
23. Wat gebeurt er met de chauffeurskaart als het rijbewijs B van de chauffeur ongeldig wordt verklaard?
Een geldig rijbewijs B is volgens het Besluit personenvervoer 2000 en het Reglement rijbewijzen de basisvoorwaarde voor het besturen van een taxi; zonder rijbewijs is elk taxivervoer, straattaxi of contractvervoer, verboden (artikel 107 Wegenverkeerswet 1994). Het CBR schorst geen chauffeurskaarten; dat is een bevoegdheid van Kiwa Register (toetsterm 1.2).
24. Welke instantie neemt het theorie-examen en het praktijkexamen taxi af waarmee de vakbekwaamheid wordt aangetoond?
De vakbekwaamheid voor de chauffeurskaart wordt aangetoond met het chauffeursdiploma taxi; de examens TVT (theorie) en TVP (praktijk) worden afgenomen door het CBR, divisie CCV, op basis van de Exameneisen. Kiwa Register geeft daarna de kaart af, de ILT controleert en het SFM houdt toezicht op de cao (toetsterm 1.2 en 2.6).
25. Hoe lang blijft de uitslag van het theorie-examen taxi (TVT) geldig?
Volgens de Exameneisen TVT van het CBR is de uitslag van het theorie-examen één jaar geldig: wie niet binnen dat jaar slaagt voor het praktijkexamen TVP, moet het theorie-examen opnieuw afleggen. De chauffeurskaart zelf is vervolgens vijf jaar geldig volgens het Besluit personenvervoer 2000.
26. Een chauffeur verliest zijn chauffeurskaart tijdens een dienst. Wat is de juiste handelwijze?
Zonder chauffeurskaart mag volgens het Besluit personenvervoer 2000 geen taxivervoer worden verricht; de kaart moet zichtbaar aanwezig zijn en is bovendien de persoonlijke sleutel voor de boordcomputer. Rijden met de kaart van een collega is fraude met de BCT (toetsterm 1.3). Een vervangende kaart vraag je aan bij Kiwa Register, niet bij het CBR.
27. Wat controleert de politie bij een staandehouding op grond van artikel 160 Wegenverkeerswet 1994 in ieder geval?
Artikel 160 Wegenverkeerswet 1994 verplicht de bestuurder op eerste vordering van een opsporingsambtenaar te stoppen en het rijbewijs en het kentekenbewijs te tonen; bij een taxi komen daar de chauffeurskaart en de gegevens van de boordcomputer bij (Besluit personenvervoer 2000). Loonstroken en cascopolissen vallen buiten de verkeerscontrole (toetsterm 1.1, 2.1).
28. Een vervoerder biedt alleen contractvervoer aan tegen vooraf afgesproken prijzen. Moet er dan een tariefkaart met de maximumtarieven in de auto hangen?
De Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer geldt niet voor contractvervoer en niet voor ritten met een vooraf overeengekomen vaste prijs; de tariefkaart hoort bij vervoer op de meter (toetsterm 1.1 en 3.1 Exameneisen TVT). Zodra dezelfde auto ook als straattaxi rijdt, moeten de tarieven wel zichtbaar zijn.
29. Welk voertuigdocument moet een taxichauffeur na een aanrijding met een buitenlandse auto zeker gebruiken?
Het Europees schadeformulier is juist ontworpen zodat bestuurders uit verschillende landen dezelfde rubrieken invullen; ieder gebruikt zijn eigen taalversie en de vakjes komen overeen. Toetsterm 1.1 van de Exameneisen TVT noemt het bij de verplichte voertuigdocumenten; artikel 7 Wegenverkeerswet 1994 verplicht tot het uitwisselen van gegevens.
30. Een kandidaat is geslaagd voor het TVT maar zakt drie keer voor het praktijkexamen TVP. Veertien maanden na het theorie-examen wil hij het opnieuw proberen. Wat geldt?
Volgens de Exameneisen TVT van het CBR is de uitslag van het theorie-examen één jaar geldig; na veertien maanden is die verlopen en moet de kandidaat de theorie opnieuw halen voordat het TVP telt. De VOG hoort niet bij het examen maar bij de aanvraag van de chauffeurskaart bij Kiwa Register (Besluit personenvervoer 2000).
31. Wat is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) in het kader van de chauffeurskaart?
De VOG wordt afgegeven door Justis (ministerie van Justitie en Veiligheid) na screening van het justitiële verleden tegen het profiel van taxichauffeur; het Besluit personenvervoer 2000 maakt haar tot voorwaarde voor de chauffeurskaart. Medische geschiktheid blijkt uit de geneeskundige verklaring, een ander document (toetsterm 1.2 Exameneisen TVT).
32. Een vervoerder wil een nieuwe medewerker als taxichauffeur inzetten die alleen een rijbewijs B en een VOG heeft. Mag dat?
Het Besluit personenvervoer 2000 verbiedt de vervoerder taxivervoer te laten verrichten door een bestuurder zonder geldige chauffeurskaart; daarvoor zijn naast de VOG ook de geneeskundige verklaring en het chauffeursdiploma van het CBR nodig. Er bestaat geen proefperiode of begeleidingsregeling, ook niet voor contractvervoer (toetsterm 1.2 en 2.8).
33. Wat is het doel van de verzekeringskaart of het verzekeringsbewijs in de taxi?
De Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) verplicht elke houder van een motorrijtuig tot een verzekering voor schade aan derden; het verzekeringsbewijs (in het buitenland de groene kaart) toont die dekking aan. De verzekering van de chauffeur zelf en van bagage is geen wettelijk vereiste (toetsterm 1.1 Exameneisen TVT).
34. Het APK-rapport van de taxi is gisteren verlopen; de vervoerder heeft de keuring pas over een week gepland. Wat geldt voor de chauffeur?
De Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling voertuigen verbieden het rijden met een voertuig waarvan de APK is verlopen; de RDW kent geen coulancetermijn, alleen de rit naar het keuringsstation op de dag van de afspraak is toegestaan. Bij een taxi weegt dit extra, omdat de vervoerder passagiers in een niet-gekeurd voertuig laat rijden (toetsterm 1.1 en 2.8).
35. Wat is de rol van het chauffeursdiploma taxi in de aanvraag van de chauffeurskaart?
Het Besluit personenvervoer 2000 noemt drie eisen voor de chauffeurskaart: betrouwbaarheid (VOG), geschiktheid (geneeskundige verklaring) en vakbekwaamheid; die laatste wordt aangetoond met het chauffeursdiploma taxi van het CBR (TVT en TVP). Het diploma vervangt niets en geeft op zichzelf geen recht om te rijden (toetsterm 1.2 Exameneisen TVT).